Chinese stropers decimeren op grote schaal Filipijnse riffen. Dat gebeurt onder goedkeurend oog, en met bescherming van de Chinese overheid. De riffen liggen allemaal in de Zuid-Chinese Zee. Daar liggen verschillende eilanden die gecontesteerd zijn.
Tientallen stropers zijn te zien in kleine, en grotere boten rond de Spratly Islands. De riffen rondom het eiland worden geplaagd door vernietigende expedities, op zoek naar koralen en zeeleven.
Wanneer ze vertrekken, blijft er van dat prachtige zeeleven niet veel meer over. Duikers die een kijkje gaan nemen, zien enkel een dar onderwaterlandschap. Bergen kapot gereten koralen is het enige wat er van de riffen overblijft. Aan de oppervlakte zijn Chinese bootjes druk in de weer met het stuk trekken van de laatste riffen.
De Chinese overheid claimt met de onofficiële actie het Filipijnse gebied. De eilanden zijn al jaren een twistpunt tussen verschillende landen. China, Vietnam, Maleisië, en de Filipijnen eisen allemaal het gebied, en de vermoedelijke grondstoffen, op.
Stropers verdienen ondertussen grof geld met de plundering. De reuzenschelpen die ze verzamelen, kunnen tussen de 900 en de 1800 euro opbrengen.
De nabijgelegen Filipijnse marinebasis kijkt toe, maar doet niets. “Te gevaarlijk,” volgens een Filipijnse marinier. “We willen geen oorlog beginnen met de Chinese marine.”
Chine bouwt ondertussen ijverig verder aan de eilandjes in de Zuid-Chinese Zee. Bovenop Mischief Reef ligt er een nieuw eiland, meer dan negen kilometer lang. Het rif, gewoon bedekt onder miljoenen tonnen zand en steen, is niet meer.
