Dr. Gerald Bassleer is vandaag gastschrijver bij Zeewaternieuws. Met meer dan veertig jaar ervaring als flying fish doctor reist hij de wereld rond om zieke vissen te helpen. Hij legt uit wat de vaak voorkomende gatenziekte is – en belangrijker – wat we eraan kunnen doen.
De Gatenziekte en erosie van het zijlijnorgaan wordt vaak beschreven bij zoetwatervissen zoals Discus (Symphysodon), Maanvis (Pterophyllum), Oscar (Astronotus) en andere Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse Cichliden, maar is ook bekend bij zeevissen zoals zeilvindoktervissen (Zebrasoma), doktervissen (Acanthurus, Paracanthurus) en keizersvissen (Pomacanthidae).
Deze ziekte wordt vaak opgemerkt wanneer we een geërodeerd of beschadigd zijlijnorgaan zien. Tegelijkertijd zien we in de meeste gevallen de parasieten Spironucleus. Deze zitten in de darm van de dieren.
Voortschrijdende ziekte
Vooraleer er ‘gaten’ verschijnen zien we meestal een verlies van kleur, verdonkering, een algemene lusteloosheid en gebrek aan eetlust, afzondering van de groep, en soms slijmerige uitwerpselen. Enkele weken later komen de eerste paar kleine gaatjes in de neusregio, die later ook in de kopregio voorkomen. Enkele maanden later zien we deze gaten ook verschijnen in het zijlijnorgaan tot helemaal naar het uiteinde van het lichaam.
De ziekte ontwikkelt zich tot grote wonden, specifiek bij volwassen vissen omdat ze langer in leven lijken te blijven, zodat de gaten zich ook tot kraters kunnen ontwikkelen. Jonge vissen met kleine gaatjes lijken te sterven vooraleer ze de grotere gaten kunnen ontwikkelen die typisch zijn voor de Gatenziekte.
Enkel het zien van de gaten is niet voldoende om de juiste diagnose te kunnen stellen. Daarvoor hebben we een microscoop of diagnostisch lab nodig waar we een vers exemplaar kunnen onderzoeken. Wanneer we een dissectie uitvoeren, vinden we meestal (in 95% van de gevallen) met onze microscoop (met een 100x vergroting) Spironucleus-parasieten iin de darm en in mindere mate in de buikholte. Bij de 5% waar we de parasieten niet vonden, konden we vaststellen dat ze reeds behandeld waren tegen Spironucleus of dat de dieren leden aan andere stoornissen.
Diagnose & oorzaken
We zien in sommige gevallen een verstopping van de uitwerpselen in de laatste paar centimeters van de darm, waarbij er soms een langere slijmerige sliert mucus en uitwerpselen uit de anus van de vis hangen die dikwijls ook wat parasieten kunnen bevatten. Dit soort slijmerige uitwerpselen kan ook voorkomen bij bepaalde soorten voedsel, stress, andere parasieten, bacteriën, enz. Dit symptoom mag niet altijd gewijd worden aan 1 specifieke ziekte of parasiet.
Tot op heden is er nog geen degelijke wetenschappelijk onderzoek gedaan wat nu werkelijk de gatenziekte veroorzaakt. Elk geval is verschillend en het is erg moeilijk exact vast te stellen omdat er zoveel oorzaken (elk apart of te samen) aanleiding kunnen geven tot deze ziekte. Deze elf oorzaken kunnen echter een rol spelen:
- De parasieten Spironucleus zijn de primaire oorzaak: in sommige gevallen geïntroduceerd door hun ouders, en soms door andere vissen die geen goede quarantaineprocedure hebben doorgemaakt.
- In combinatie met een ‘slecht functionerende’ darm die een slechte weerstand of immuniteit veroorzaakt (ja, de darm is een van de belangrijkste organen voor immuniteit en verdediging van de vis tegen infecties). Vitamine C en B12 lijken bovendien een belangrijke rol te spelen bij een gezond zijlijnorgaan.
- Te veel en ongecontroleerde behandeling met antibiotica & Metronidazole: maandelijkse behandelingen zijn overbodig en zelfs schadelijk.
- Het voeren van microbieel vervuild visvoer (meestal levend of bevroren visvoer) kan de darm verzwakken.
- Stress.
- Gebrekkige filtering.
- Permanente filtratie over koolstof. Koolstof verwijdert vitaminen, sporenelementen en mineralen. Sommigen beweren ook dat een teveel aan vrij zwevend koolstof in het water van invloed kan zijn op het zijlijnorgaan.
- Permanente ozonsterilisatie.
- Gebrek aan goed voedsel: te veel vervuild levend of bevroren voedsel.
- Bacteriële infecties.
- Oorzaken die we nog niet kunnen detecteren: bijvoorbeeld ongeïdentificeerde virale infecties.
Preventie & Behandeling
Het is belangrijk om de eerste tekenen van kleine fijne gaatjes te detecteren die op de neus of de kopregio van de vis verschijnen. Of nog beter: wanneer de vis zich abnormaal begint te gedragen met donker wordende kleur, verminderde eetlust, lusteloos gedrag, slijmerige uitwerpselen, enz. Hoe eerder je kunt handelen, onderzoeken en behandelen = hoe beter de resultaten.
Preventie is mogelijk door de oorzaken te vermijden zoals hierboven vermeld, maar ook door supplementen met een goed functioneel visvoer te geven dat, naast goede basisingrediënten, vitaminen en mineralen, maar ook Fytobiotica bevat, die de vissen helpt bij het stabiliseren van het immuunsysteem. Met probiotica zoals bacteriën Pediococcus acidilactici maken we het microbioom in de darm veel rijker en met probiotica zoals gistextracten (bèta-glucanen) stimuleren we de systemische immuunfunctie.
Behandeling is mogelijk met een 48 uur durende kuur Metronidazole (500 tot 750 mg / 100 liter). Let op, want doseringen hoger dan 800 mg / 100 liter kunnen giftig zijn voor vissen. Gebruik tijdens de behandeling geen filtratie (zeker geen koolstof, ozon of UV). Ik adviseer zelfs om geen biologische filtratie te gebruiken.
Al deze filtertechnieken verwijderen het geneesmiddel of veranderen de werking van het geneesmiddel. Hexamor is een ander middel dat ook goed werkt. Behandeling met Metronidazole in het voedsel is minder succesvol, omdat de vis de smaak niet lekker vindt en meestal te weinig eet.
Soms helpt het verhogen van de temperatuur met een paar drietal graden (maximaal tot 30 °C) om de fysiologie van de vis en de cyclus van de parasiet te versnellen. Dit biedt een eenvoudigere behandeling van de parasieten Spironucleus en zorgt voor een snellere regeneratie van de beschadigde vis. Maar we moeten ons ervan bewust zijn dat een hogere temperatuur ook het risico met zich meebrengt dat er een gebrek aan zuurstof in het aquarium zal zijn en meer kans op schadelijke bacteriën.
Door sommigen is de gatenziekte ook met succes behandeld dankzij een 2 à 3 minuten (herhaalde) applicatie op de wonden met een Regranex gel.
Conclusie
Na alle behandelingen kan het zijn dat sommige vissen nog steeds littekens hebben nadat ze genezen zijn. De ziekte evolueert echter niet verder en de vissen blijven leven. Wanneer dat het geval is, is de behandeling te laat gestart.
De beste resultaten zullen we bekomen wanneer we:
- Een goed preventieplan implementeren, alsook met goede waterkwaliteit en goed voer.
- Op tijd actie ondernemen (bij de allereerste symptomen).
- Een correcte diagnose stellen (gebruik de microscoop!).
- Een goede behandeling uitvoeren.
Dr. Gerald Bassleer heeft een eigen lijn van visvoeder en boeken die specifiek gericht zijn op het voorkomen en helpen genezen van diverse ziektes. Wij zullen in de komende weken hier enkele producten van testen.
