Duizenden, zo niet miljoenen aquarianen maken gebruik van een Tunze 3155 osmolator. Een bijzonder handig apparaat dat ons dagelijks heel wat gesleur met watertonnen bespaart. Soms zijn er echter probleempjes met deze ATO (en anderen). Zeewaternieuws geeft hier een overzicht van de meest voorkomende problemen.
Hoewel Tunze al jarenlang een echt goudhaantje heeft met de Tunze 3155 osmolator, ook wel een Tunze Automatic Top Off genoemd, zijn er nu en dan probleempjes. Die zijn meestal van voorbijgaande aard, eenvoudig op te lossen, of helemaal geen probleem maar een ‘feature’, zoals ze dat dan noemen.
Voor inspiratie bij dit artikel moesten we niet ver zoeken. We hadden hier bij Zeewaternieuws immers een storing die er voor zorgde dat de pomp water bleef bijvullen. Dat is één van de vervelendste problemen om te hebben, aangezien de ATO een bijzonder irritant geluid maakt wanneer het apparaat een overvulling detecteert. Wij lijsten meteen de belangrijkste zelfhulptips voor u op:
1. U heeft meer opties dan u denkt
Hoewel de ATO op het eerste zicht geen bedieningsknoppen heeft, zijn er toch twee te vinden. Die zitten echter in het controlebakje zelf, wat u dus zult moeten openmaken om de knoppen te bedienen. Dat werkje is zeker de moeite waard, want de ene knop laat toe om het vervelende alarm volledig uit te schakelen. De andere knop dient dan weer om de hoeveelheid water die de pomp bijvoegt te regelen.
Bij het uitschakelen van het alarm wordt echter ook het geluid bij een stroomherstel uitgeschakeld. Dat kan vervelend zijn. Een ATO zonder auditief alarm is bovendien riskant, vinden wij.
Het tweede knopje aan de binnenkant van de ATO dient zoals gezegd om de hoeveelheid water die het apparaat bijvult te bepalen. Voor nano aquaria is het beter om deze hoeveelheid te verkleinen, anders zal het alarm te snel in werking treden. Zet de knop daarom op de “nano” stand wanneer het aquarium kleiner dan 190 liter is (afhankelijk van de plaatsing van uw bijvulslang).
2. Geen bug, maar een feature
U kent het wel. Wanneer u de Tunze 3155 na een onderhoudsbeurt terug in de stekker steekt, begint de pomp meteen met het bijvullen van het aquarium. Vervelend, want negen op tien is het waterniveau daarna té hoog, en volgt die vervelende pieptoon weer.
Dit is echter geen probleem, maar wel een kenmerk van de ATO. Tunze laat het apparaat vijftien seconden lang pompen telkens hij detecteert dat hij stroom krijgt. Dat doet Tunze om zeker te zijn dat de pomp werkt, en dat de leidingen al vol water zitten zodat hij exact weet hoeveel water hij toevoegt.
De pomp zal overigens ook pas vijf seconden na het detecteren van een te lage waterstand aanschakelen. Dat doet hij om zeker te zijn dat een golfje of een watervulling niet tijdelijk het waterniveau doet dalen of stijgen. Daarmee wordt meteen ook de pomp gespaard, wat de levensduur ten goede komt.
3. Help, een overheveling
Een overheveling is een bijzonder probleem dat vooral voortkomt uit de foutieve installatie van de ATO. Dit kan overigens bij alle osmolators voorkomen, en is niet louter een Tunze probleem.
Wanneer het water dat in het aquarium terugloopt in het bijvulreservoir van de ATO, spreken we over een overheveling. Dat kan rampzalig aflopen mocht het probleem niet tijdig ontdekt worden. Denk maar aan een leeg aquarium, en een overstromende waterton.
Het probleem is echter eenvoudig te voorkomen. Plaats nooit de bijvulslang van de ATO in het water, of onder de sensoren van de osmolator. De slang moet volledig vrij zijn, en liefst zo hoog mogelijk geplaatst worden. Zo kan er immers nooit een overheveling ontstaan, en is het aquarium en uw parketvloer veilig.
4. Sensorprobleem
De Tunze 3155 heeft twee sensoren: een vlottersensor en een optische sensor. Het is die laatste waarover we het nu hebben. Soms detecteert de sensor niet het correcte waterniveau, waardoor de pomp het aquarium zal beginnen bijvullen. Mocht dit aan de sensor liggen, dan is dat natuurlijk wel handig om te weten. Maar hoe kunt u zeker zijn?
Tunze is gelukkig de meester in het verbergen van functies waarvan niemand beseft dat ze er zijn. Zo is er een heuse zelf-test voor de 3155 sensor. Die gaat als volgt: stap 1) veeg de sensor volledig droog en zorg dat deze vrij is van vuil. Stap 2) steek de ATO in het stopcontact zodat deze aanschakelt. Stap 3) De vier lichtjes op de ATO zullen blinken, en er komt een bieptoon van het apparaat. Hierna zal er één lampje branden gedurende één seconde. Daarna zal de pomp vijftien seconden lang aanslaan, zoals gebruikelijk.
Belangrijk is dat u goed kijkt naar dat ene lichtje dat één seconde lang aan gaat. Is het groen? Dan is alles OK met de sensor. Geel betekent dat het kantje boord is, en mogelijk tijd is voor een poetsbeurt of vervanging. Rood betekent dat de sensor niet meer degelijk werkt.
5. Bubbels
Neen, geen Coronabubbels, wel letterlijke luchtbellen. Bubbels zijn de vijand van osmolators, zeker van die ATOs die met optische sensoren werken. Optische sensoren detecteren immers de refractie van lucht tegen water, en kunnen geen onderscheid maken tussen luchtbellen die tegen de sensor komen en echt droog zijn. Bubbels imiteren dus een te laag waterniveau, waarna de pomp automatisch water zal beginnen bijvullen. Een probleem dus.
Bubbels zijn echter vrij eenvoudig op te lossen. Is het apparaat nog nieuw? Dan kan het zijn dat het excessief bubbels aantrekt. Dat komt omdat er nog geen biofilm is bij een nieuwe sensor . Die is immers pas na drie tot vijf dagen aanwezig op een nieuw apparaat, en zorgt voor een minder overgevoelige detectie.
Het is echter waarschijnlijker dat u de bijvulslang van de ATO in de buurt van de sensoren heeft hangen. Een slecht idee, want vallend water introduceert natuurlijk luchtbellen. Beter is om de optische sensor in een rustig stukje van de sump te plaatsen.
