De opah, Lampris guttatus, is een warmbloedig dier. Die verrassende ontdekking komt vandaag aan het licht. Nicholas Wegner, bioloog bij NOAA Fisheries, ontdekt dat het dier verschillende aanpassingen heeft om de voordelen van warmbloedig te zijn om te zetten in betere overlevingskansen.
Een man poseert bij zijn vangst – een immense Lampris guttatus © ScientificrussiaDe ontdekking stamt uit een stukje kieuwweefsel van de vis. Owyn Snodgrass, een collega van Wegner, verzamelde het. Uit nader onderzoek blijkt dat het weefsel bloedvaten heeft. Deze gebruikt de vis om warm bloed naar de kieuwen te sturen.
Sterker nog, de bloedvaten die het warme bloed vervoeren, zijn gewikkeld rond de bloedvaten die het koude, zuurstofarme bloed terugvoeren naar het centrum van het lichaam. Ingenieurs noemen dit fenomeen tegenstroom-warmte uitwisseling.
Naast het ingenieuze bloedvatensysteem beweegt de vis ook constant zijn vinnen. Dit genereert lichaamswarmte. De beweging versnelt ook de vis zijn metabolisme, snelheid, en reactietijd.
De lichaamstemperatuur van L. guttatus is zo’n vijf graden warmer dan het omringende water. Dit is erg veel voor vissen.
“Er is nog nooit zoiets dergelijks gezien in de kieuwen van vissen,” vertelt Wegner. “Dit is een coole innovatie door deze vissen, wat hen een competitieve voorsprong geeft.”
Sommige andere zeedieren, zoals haaien en tonijn, warmen bepaalde lichaamsdelen op. Hierdoor kunnen ze in koudere of ondiepe wateren zwemmen. Maar de opah is de enige bekende vis die helemaal warmbloedig is.
Lampris guttatus wordt al jaar en dag gevangen door sportvissers. De gigantische vis – met een lengte tot twee meter, en een gewicht tot 270 kg – leeft op dieptes tot driehonderd meter. Daar snackt hij op inktvis, krill, en kleine vissen.
