Sponzen zijn van die meeliftende organismen die men meestal niet per se in het aquarium wíl, maar toch ook niet wil wegdoen eens ze er zijn. Ze oefenen een serene aantrekkingskracht uit, en leggen een soort je-m’en–foutisme aan de dag.
Sponzen zijn vaak erg kleurrijk, en soms zelfs kleurrijker dan de koralen in het aquarium. Met hun ietwat vreemde structuur en nog vreemder gedrag – ze vertonen immers niet echt gedrag – zijn sponzen één van de passieve inwoners die men in het aquarium kan houden. Toch zijn ze helemaal niet saai.
Hoewel sponzen niet bewegen, maar enkel zitten en dikker worden, zijn ze toch nuttig. De delicate structuren filteren immers constant het water. Zo kan een spons tot 20.000 keer zijn eigen volume in water door zijn cellen pompen – en dat elke dag. De spons voedt zich door gebruik te maken van choanocyten, kleine ijshoornvormige torentjes met plakkerige cellen die voedsel vangen. Elke choanocyt heeft één flagellum, een soort zweep waarmee de spons water door zijn lichaam jaagt.
Ongenaakbaar
Die aparte methode van voedselvergaring zorgt voor een geleidelijke uitbreiding in omvang. Tegelijkertijd zorgt spongine, het materiaal waaruit de spons gemaakt is, er voor dat ze onaangetast blijft. Spongine bevat immers calciumcarbonaat (net als koralen) of siliciumdioxide (een ingrediënt van glas en zonnepanelen).
De meeste dieren blijven dus weg van het malse sponzenvlees. Toch zijn er enkele soorten die wel een hapje spons lusten. Zanclus cornutus, zeeschildpadden maar ook zeeslakken kunnen al eens betrapt worden op geknabbel aan sponzen.
Unieke organismen
Er zijn ongeveer 8800 soorten sponzen. Slechts 150 daarvan zijn zoetwatersponzen. Allemaal maken ze uit van de stam Phylum met daaronder drie groepen: Hexactinellida (glassponzen), Demospongia (gewone sponzen) en Calcarea (kalksponzen). Ze komen wereldwijd voor.
Dat sponzen plotseling verschijnen in het aquarium mag niet verbazen. Ze zijn immers capabel om seksueel of aseksueel voort te planten. Dat wil zeggen dat ze eenvoudigweg een stukje kunnen verliezen, dat daarop een reis door het water maakt en zich uiteindelijk hecht op een nieuwe locatie. Een spons kan ook sperma of eitjes loslaten, al hoeft een exemplaar niet altijd hetzelfde te doen: ze zijn immers hermafrodiet en kunnen van geslacht veranderen.
In het aquarium
Sponzen in het aquarium zijn vooral erg mooi om naar te kijken. Dat er achter de veelal kleine, soms onopvallende structuren een fascinerende biologie schuilgaat is een gegeven. Interessant is dat de dieren een filterende functie hebben, dit kan enkel de waterkwaliteit van het aquarium verbeteren.
Men doet er goed aan om sponzen die in het aquarium verzeild zijn geraakt te soigneren. Hoewel bijvoederen niet nodig is, zullen sponzen gedijen wanneer er nu en dan iets te knabbelen valt. Dat kan gewoon voorbijdrijvend vissen- of koralenvoer zijn. Belangrijker is dat de spons niet blootgesteld wordt aan lucht. De cellen houden immers de lucht vast, waarna ze langzaam afsterven. Dat proces kan weken tot maanden duren.
Dat sponzen een positief gegeven zijn, mag duidelijk zijn. Té veel sponzen kunnen echter voor problemen zorgen. Zo boren ze zich doorheen het rotswerk en koralen. Maar laat ons duidelijk zijn: we hebben tot op heden geen weet van problemen met sponzen in het aquarium.
