De wereldzeeën worden steeds zuurder. Dat is al langer bekend. Nu bereiken we echter een ongezien niveau. Krabben in de Pacifische Oceaan lopen beschadigingen op aan hun schild en organen.
De Metacarcinus magister is één van de eerste slachtoffers van de verzuring van de oceaan. Het diertje leeft aan de Noord-Westelijke kust van de Pacifische Oceaan. Daar vormen ze een substantieel onderdeel van de commerciële zeevangst.
Die wordt nu bedreigd. De lagere pH-waarden zorgen er voor dat de schelpen van de krabben smelten. Ook hun sensororganen hebben schade, volgens een nieuwe studie verschenen in het vakblad Science of the Total Environment.
Verstrekkende gevolgen
Het zuurdere water erodeert de schelpen van de krabbenlarven, wat problemen kan geven voor hun drijfvermogen in het water en hun mogelijkheid om roofdieren af te schrikken. De larven waarvan de schelpen aangetast waren, leken ook kleiner te zijn dan andere larven. Daardoor kunnen ze trager ontwikkelen dan gezonde soortgenoten.
De kleine haar-achtige structuren die krabben gebruiken om hun weg te vinden zijn ook beschadigd. Wetenschappers hebben dit nog nooit eerder gezien. Krabben zonder deze receptoren zouden trager kunnen bewegen en minder succesvol zwemmen en naar eten zoeken.
Versneld probleem
Het is niet verrassend, maar wel onverwacht snel dat de verzuring nu al krabben schaadt. “Als de krabben nu al getroffen worden moeten we zeker veel meer aandacht besteden aan de hele voedselketen, voor het te laat is.” vertelt onderzoekster Nina Bednarsek van het Southern California Coastal Water Research Project. “Deze schade hadden we pas veel later in deze eeuw verwacht.”
