Stichting De Noordzee, die de belangen van onze Noordzee al meer dan veertig jaar verdedigt, trekt aan de alarmbel. Twee jaar na de scheepsramp met containerschip MSC Zoe ligt er nog steeds 800.000 kilogram afval in het water. Dat moet opgeruimd worden, vindt de vereniging.
In de nacht van 1 op 2 januari 2019 sloeg het noodlot toe. Een zware storm sloeg 342 containers van MSC Zoe overboord. Er belandde 3.2 miljoen kilo afval in de Noordzee en de Waddenzee.
Het merendeel van de containers werd opgeruimd. Een deel spoelde aan op de Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Anderen werden van de zeebodem verwijderd, of werden drijvend teruggevonden. In totaal werd er 2.4 miljoen kilo afval gerecupereerd.
Dat is echter niet voldoende voor Stichting De Noordzee. Op Twitter post de vereniging een foto om de resterende 800.000 kilogram aan te klagen. “We zijn blij met de moeite die is gedaan en de 2.4 miljoen kilo afval die uit zee is gehaald,” zegt Ewout van Galen van Stichting De Noordzee aan Belga. “Maar het kan niet zo zijn dat nu alleen het afval wordt opgeruimd dat toevallig aanspoelt of in een vissersnet belandt.”
Van Galen stelt dat zulke situaties zelfs gevaarlijk zijn. Het resterende afval breekt bovendien af, maar vergaat nooit volledig. Zo komen er microdeeltjes terecht in het zeeleven, en dus later ook via de voedselketen in ons lichaam. Het afval moet dus weg. Met de noodkreet wil Stichting De Noordzee de beleidsmakers wakker schudden.
