Aangespoelde en overleden walvissen worden in België en Nederland onderzocht en daarna verwerkt of opgebrand. Dat is zonde. Een walviskadaver zit immers vol voedingsstoffen die heel wat organismen kunnen gebruiken. Nu gaan er stemmen op om de walviskadavers terug te geven aan de natuur.
Nederlandse natuurorganisatie ARK Natuurontwikkeling roept alvast op om walviskadavers niet meer te verspillen. De vereniging meent dat die aanpak immers “niet alleen heel erg duur” is, maar ook betekent dat we een “enorme bron van voedsel voor het leven in de zee in de vuilnisbak” werpen. De organisatie heeft een punt.
Wanneer een walvis sterft in de zee, zinkt het lijk na verloop van tijd tot op de bodem. Daar doet het dienst als buffet voor heel wat organismen. Wetenschappers weten dat al langer, en in april 2019 konden ze vastleggen hoe zo’n ‘whale fall’ er ongeveer uitziet. Door zelf enkele karkassen van alligators te laten zinken, konden wetenschappers voor het eerst vaststellen welke dieren er op zo’n lichaam afkomen.
De Nederlandse overheid laat sinds kort een soortgelijk experiment toe. Eind november spoelde er immers een dode dwergvinvis aan bij Rottumerplaat in de Waddenzee. Dat dier mocht op het onbewoonde gebied blijven liggen. Zo kan het kadaver en de natuurlijke ontbinding van dichtbij gevolgd worden. Het is een unieke kans voor de wetenschap.
ARK Natuurontwikkeling wil echter verder gaan, en wil in de toekomst een walviskadaver terugslepen naar zee. Zo krijgt het dier een laatste rustplek op de bodem van onze Noordzee. De vereniging heeft al jaren een soortgelijk project dat op land plaatsvindt. ‘Dood doet Leven’ toont de natuurlijke processen die bij de ontbinding horen aan een breed publiek. Met behulp van webcams kunnen mensen de laatste fase van het dier volgen.
Momenteel kunt u het afbraakproces van de dode dwergvinvis alvast hier volgen. Binnenkort worden er ook webcams geplaatst.
