In 2014 was hij er al: een grote hoeveelheid warm water die de Pacifische Oceaan gedurende drie jaar opwarmde. Nu is hij terug. Wetenschappers zetten zich schrap voor een nieuwe hittegolf.
De nieuwe Bobbel is zich aan het vormen in de Pacifische Oceaan. Wetenschappers racen tegen de tijd om zich voor te bereiden. Ze willen deze keer sneller en meer data verzamelen en delen met elkaar en de overheid om de visserij te beschermen. Dat kan door bijvoorbeeld vangstlimieten in te stellen.
Wetenschappers van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) merkten al in augustus de eerste tekenen van de Bobbel op. Nu is de vlek al zo groot als Australië, zich uitstrekkend van Hawaï tot de Golf van Alaska. Ondertussen kent ook de Beringzee een ongekende warmtegolf.
Grote gevolgen
De impact van zo’n warmte offensief toont zich dus al. Ongewone giftige algengroei spoelt aan op stranden tussen Californië en Washington. Hawaï ziet zijn koraalriffen verbleken, iets wat de komende twaalf weken nog erger zal worden. In de Beringzee zijn ondertussen 300 zeehonden gestorven, vijf keer meer dan normaal.
Net zoals in 2014 is het water soms 3°C warmer dan normaal. En net zoals toen is er minder wind, die het koude water normaal gezien naar de oppervlakte trekt.
Wel is het niet zeker dat de nieuwe warmtevlek zich even erg zal manifesteren als die van 2014. Volgens wetenschappers kan deze immers uit elkaar vallen als er één grote storm passeert. Ondertussen blijven de wetenschappers waakzaam: satellietbeelden worden angstvallig in het oog gehouden, en vangsten van diverse diersoorten worden extra snel geteld – nog voor ze aan land komen.
