Wetenschappers ontdekken maar liefst vier nieuwe soorten van wandelende haaien. Die vondst doen ze voor de kust van Noord-Australië en Nieuw-Guinea. De haaien gebruiken hun vinnen als pootjes.
Een opmerkelijk zicht. Vier nieuw ontdekte soorten wandelende haaien werden door een internationaal team beschreven tijdens een twaalf jaar durende studie.
De haaien gebruiken hun vinnen om in ondiep water te wandelen. Met een lengte van één meter zijn de haaien optimaal gebouwd om dicht bij de grond te speuren naar prooien. Dat zijn meestal kleine schaaldieren en weekdieren.
Geslachtsuitbreiding
De haaien hebben niet veel zuurstof nodig en zijn uniek voor Hemiscyllium, het geslacht waartoe ze behoren. Dat geslacht is overigens bijna verdubbeld in grootte door de vondst.
DNA onderzoek suggereert dat de nieuwe soorten ontstonden toen de haaien wegtrokken uit hun oorspronkelijke populatie. Daardoor geraakten ze geïsoleerd, en hebben ze zich ontpopt tot hun huidige vorm. “Het is mogelijk dat ze verhuisd zijn door te zwemmen of door op hun vinnen te wandelen, maar het is ook mogelijk dat ze meeliftten op riffen die naar het westen zijn gegroeid, zo’n twee miljoen jaar geleden.” vertelt Christine Dudgeon van de University of Queensland.
“Mogelijk zijn er nog meer soorten wandelende haaien die wachten op ontdekking.”, besluit de onderzoekster.
