Tijdens een diepzee-expeditie in de wateren van het Galapagos National Park zijn er maar liefst dertig nieuwe ongewervelden ontdekt. Koralen, sponzen, zeesterren en kreeften behoren allemaal tot de vondsten. De expeditie werd in 2015 uitgevoerd maar de resultaten werden nu pas bekend gemaakt.
Tot op een diepte van 3400 meter gingen wetenschappers van de Charles Darwin Foundation in samenwerking met het National Park Directorate en de Ocean Exploration Trust op ontdekkingstocht. Met behulp van Argus en Hercules, twee op afstand bestuurbare duikbootjes, deden de wetenschappers heel wat nieuwe vondsten. Het 64 meter lange onderzoeksschip Nautilus diende als uitvalsbasis voor het team.
“De vondst bevestigt dat Galapagos een levend laboratorium is met nog te ontdekken biologische en ecologische processen,” vertelt Paulo Proaño, minister van Milieu en Water. “Dat maakt het tot een uitzonderlijke site die al onze inspanningen om deze te bewaren verdient.”
Voor het eerst werden er drie onderwaterbergen nabij de eilanden Darwin en Wolf bezocht. Daarbij werden er verschillende fragiele habitats gevonden. Glassponzen, koraaltuintjes, koudwaterkoralen; allemaal kwetsbare ecosystemen volgens de Verenigde Naties.
De tien dagen durende expeditie werd afgerond in 2015. Er werden tientallen organismen naar de oppervlakte gehaald met behulp van de robots. Daar werden ze gesorteerd en gefotografeerd. Nadien werden de specimen naar vooraanstaande experts gestuurd voor identificatie.
Er werden vier onbekende Galathea-kreeften ontdekt, tien bamboekoralen, vier octokoralen, één slangster, en elf sponzen.
